VOLG e-mail magazine, april 2006
Verkondiging, Onderwijs, Leer & Getuigenis
Evangelisch E-mail Magazine van Stichting Support Revival Ministries
redactie Teun & Tessa de Ruiter
 

De opstanding van Jezus was geen reïncarnatie!

T. J. de Ruiter, predikant

Elk jaar verschijnen er rond Pasen artikelen waarin men z'n twijfels over de betrouwbaarheid van de bijbelse verhalen over de opstanding van Jezus Christus uit. Sommigen noemen de verhalen “Volslagen onzin." Anderen die wat vriendelijker willen zijn, zeggen: “Het was de uitvinding van die discipelen om de moed erin te houden; zo waren die drie en een half jaar met Jezus niet vergeefs geweest.” Menig modern theoloog denkt - sommigen durven het best hardop te zeggen - dat Jezus waarschijnlijk niet gestorven was maar schijndood moet zijn geweest. In de koelte van het graf kwam Hij bij en werd enige tijd door zijn discipelen verzorgd totdat hij weer gezond was. Laat me op die laatste suggestie reageren: hoe men serieus zo'n suggestie durft te maken is onbegrijpelijk. De verwondingen van Jezus waren namelijk van dien aard dat hij - als hij nog leefde - lange tijd op de intensive care van een Universitair Medisch Ziekenhuis had moeten worden verpleegd!

Het geloof in een persoonlijke opstanding uit de dood waarbij de identiteit van de mens bewaard blijft is voor velen onaanvaardbaar. Velen zien meer ‘heil’ in het reïncarnatiegeloof waarin wordt gesteld dat wij als mens meerdere malen op deze planeet terugkeren, maar telkens als een ander individu. Overigens gelooft men in sommige Oosterse godsdiensten dat de mens zelfs gereïncarneerd als een dier kan terugkeren. Tot welke absurditeiten het geloof in reïncarnatie in onze westerse wereld aanleiding geeft zien we in het ontstaan van verzekeringsbanken waar men geld kan deponeren voor gebruik in het volgende leven. Maar men moet dan in een volgend leven wel kunnen aantonen dat men dezelfde persoon is anders wordt er niets uitbetaald.

Sommigen willen de opgestane Jezus als een soort reïncarnatie van de eerdere zien. De opgestane Jezus was echter niet gereïncarneerd. Althans niet in de betekenis die men in niet-christelijke theorieën en religies eraan geeft. Laat dit duidelijk zijn: de opgestane Jezus was een uit de dood opgewekt individu die met behoud van zijn vroegere, oorspronkelijke identiteit aan een nieuw bestaan begon, het verheerlijkt of hemels leven. Dit leven van de opstanding heeft sensationele eigenschappen. Let maar eens op de mogelijkheden, waarover Jezus beschikte toen Hij uit de dood was opgestaan. Volgens de evangeliën was Jezus - ofschoon hij door de kruisiging zwaar lichamelijk letsel had opgelopen - geheel gezond uit het graf gelopen en zo verscheen hij aan de vrouwen en later aan de mannen. Hoewel hij bij de kruisiging al zijn kleding was kwijtgeraakt was hij bij de opstanding gewoon gekleed. Hij kon zomaar in een huis komen hoewel de deuren waren gesloten. Hij kon zomaar verschijnen en verdwijnen. En bij de hemelvaart verplaatste hij zich verticaal, de lucht in. Het is duidelijk: de opstanding van Christus heeft de poort naar nieuw menselijk bestaan geopend waarvan we nog maar zeer weinig weten. Christus is de eerste mens die deel heeft aan het verheerlijkte leven en allen die in Hem geloven kunnen dit leven ook tegemoet zien; zie Filippenzen 3:20-21.

Een dergelijk nieuw leven na de dood zal uiteraard altijd op ongeloof stuiten want het onttrekt zich aan de huidige mogelijkheden van het wetenschappelijk onderzoek. Maar dit geldt ook voor de verhalen over herinneringen aan een vorig leven die bij bepaalde therapieën tot het bewustzijn zouden zijn gebracht. Het staat geenszins vast dat deze opwellingen waarvan beweerd dat het herinneringen uit een vorig leven waren, betrouwbaar zijn.

De conclusie is onontkoombaar: het opstandingsleven dat Jezus demonstreerde is niet te benoemen als een reincarnatie van Hem. Hij had hetzelfde lichaam maar in een nieuwe hoedanigheid.  Als ik een vergelijking maak tussen het huidige leven en dit toekomstige stel ik: in dit huidige leven is de geest van de mens gebonden aan het lichaam, want dat bepaalt waar de geest zich bevindt hoe die zich manifesteert. Maar in het nieuwe leven is het lichaam gebonden aan de geest en die bepaalt waar het lichaam zich bevindt en hoe dit zich manifesteert. We belijden met de christenen van alle eeuwen: De HEER is waarlijk opgestaan!

maart 2006

Prijs de Opgestane Heer!
door A. van Polen, predikant
"Ze draaide zich om en zei `Rabboeni` - dat betekent: Meester."
Johannes 20:16, (NBV)

Er was onlangs een hele discussie zelfs een rechtszaak over een boek dat door duizenden is/wordt gelezen: “de Da Vinci Code”  Het gaat over een fantasie verhaal. nl.. dat de Here Jezus niet aan het kruis gestorven zou zijn maar met Maria van Magdala getrouwd en dat er nu nakomelingen van hen zouden leven in Frankrijk. Wij hebben een beter verhaal, namelijk wat het woord van God ons vertelt over Maria van Magdala. Uit het woord dat ze zei tot de opgestane Heer sprak blijkt haar diepe eerbied voor de Meester. Nu moet ik terzijde opmerken dat de R.K.Kerk niet helemaal onschuldig is aan het verhaal, vanwege wat zij aan Maria van Magdala in de loop van de eeuwen hebben toegedicht, nl. de vereenzelviging  met de zondares in hoofdstuk 7 van Lucas. Er is -bijbels gezien - geen enkele aanwijzing dat Maria als zondares - denk als prostituee - bekend was, Lucas had haar dan ook in het 8ste hoofdstuk niet opnieuw behoeven te introduceren.

Het woord van Maria is "Rabboeni, dat wil zeggen: Meester!" Wij denken nu aan Maria van Magdala, een vrouw met bijzondere ervaringen. Ze had als eerste het voorrecht om de Opgestane Heer te ontmoeten. Zij behoort ook tot degenen, die de Heer het meest intensief op zijn lijdensweg gevolgd hebben. Een drietal observaties over Mara van Magdala in het verhaal van de kruisiging en opstanding:

1. Zij was bij het kruis; Johannes 19:25: "Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klópas en Maria uit Magdala.

2. Zij was bij het graf, na de begrafenis. Matteüs noemt haar eerst, als hij de vrouwen noemt die Jezus gevolgd waren uit Galilea, om Hem te dienen; zie 27:56. Dan schrijft hij in vers 61 wat er gebeurde na de begrafenis: "Onder hen bevonden zich Maria uit Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs." Zij konden van Jezus geen afscheid nemen.

3. Zij was op de opstandingsmorgen als eerste met de andere Maria bij het graf. Zo lezen we in vers 1 en zo vertelt ons ook Marcus 16:1. Zij was de eerste persoon die een persoonlijke ontmoeting had met de Opgestane en Hem beleed als haar Heer en Heiland. Ze zei: "Rabboeni," - mijn Meester.

Teruggekeerd van het graf boodschapten zij dit alles aan de elven en aan al de anderen. Dit waren dan Maria van Magdala, en Johanna, en Maria (de moeder) van Jacobus; aldus Lucas 24:10. Het zijn volgens Lucas de vrouwen, die de apostelen moeten herinneren aan de woorden van Jezus en die tot hen getuigen over zijn opstanding. Wij treffen Maria in het evangelie naar Johannes bij het open graf aan. Zij weet niet wat er is voorgevallen totdat ze de opgestane Heer zelf ontmoet. Wat een ontmoeting! Eerst de martelende onzekerheid nadat zij de steen afgewenteld heeft gevonden. Zij heeft Petrus en Johannes deelgenoot gemaakt van die ontstellende ontdekking. Johannes vertelt zelf dat Petrus en hij daarna - gelovig en twijfelend - naar huis gingen. Maria van Magdala is gebleven en buigt zich voorover naar het rotsgraf, Er is bij haar geen spoor van hoop of geloof in een opstanding van Jezus. Ze staat daar huilend, door verdriet overmand, met rouwbeklag de dood van de Heer. Het lijkt wel of alles voorbij is; Jezus betekende alles voor haar.

Dan ziet ze plotseling de twee engelen die aan haar verschijnen. Het zijn net als bij Jezus`geboorte herauten van het heilsfeit vaan de opstanding van de Here Jezus. Eén aan het hoofdeinde en één aan het voeteneinde. Ze vragen haar: "Waarom huil je?" Ze antwoordt: "Omdat ze mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar zij Hem neergelegd hebben." Uit haar woorden blijkt dat ze het allemaal heel persoonlijk beleeft. Zij spreekt over `mijn Heer` en `ik weet niet.` Ze wacht het antwoord van de engelen niet eens af, zo verblind is ze in haar verdriet. Maria draait zich om en ziet Jezus staan, maar ze weet nog niet dat Hij het is. Ze herkent Hem niet en denkt er in het geheel niet aan de Hij het zou kunnen zijn. Hij vraagt haar: "Waarom huil je?, wie zoek je?". Jezus spreekt haar aan met dezelfde woorden als de engelen, alleen voegt Hij er aan toe: "Wie zoek je", niet "Wat zoek je". Hij wijst er als het ware al op dat ze geen dood lichaam behoeft te zoeken. In de veronderstelling dat zij met de hovenier of de tuinman te maken heeft, vraagt ze: "Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen” Ze wil zo graag het dode lichaam van Jezus verzorgen, dat ze zelf door aanraking van een dode onrein zou worden volgens de Joodse wet, deert haar niet en ze denkt wellicht dat de hovenier misschien vanwege de vijandschap het lichaam van Jezus naar een veiliger plaats heeft overgebracht. Nu spreekt de Christus haar aan met haar eigen naam. Nu noemt Hij haar heel persoonlijk "Maria". Maria. Er was er maar Eén, die haar zo kon aanspreken en die aanspraak raakt haar hart. Door het noemen van haar naam dringt de herkenning bij haar door. Ze weet nu dat het de Heer is, die zelf over de Goede Herder zei: "De schapen horen naar zijn stem en hij roept zijn eigen schapen bij hun naam, omdat ze zijn stem kennen"

Een belangrijke vraag: zouden wij zijn stem kennen als Hij tot ons zou spreken, onze naam zou noemen? Samuël wist niet dat het God was die tot hem sprak, want Hij had nog nooit de stem van God gehoord. Een lied in de bundel Glorieklokken luidt: "Hoor Hij roept u bij uw naam."

Maria draait zich onmiddellijk om; ze had zich na haar antwoord aan Jezus blijkbaar weer afgewend en dan legt ze al haar veranderde gevoelens, haar ongelooflijke verrassing neer in één woord: "Rabboeni." Johannes verklaart - volgens onze vertaling - dit woord in `Meester`, maar `Rabboeni` is meer. Nog één keer heeft iemand in de evangeliën de titel `Rabboeni` gebruikt. `Mijn Meester,` lees Marcus 5:46-51: De genezing van Bartimeüs. Hij riep: "Zoon van David, heb medelijden met mij", en toen men hem tot zwijgen maande riep hij nog luider "Zoon van David, heb medelijden met mij". Jezus gaf bevel hem te laten komen. Dan vraagt de Hij: "Wat wilt u dat ik voor u doe?". En Hij antwoordt: "Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien." Hij spreekt hetzelfde woord uit in het Aramees en blijkbaar is de betekenis dan bekend, want er wordt geen vertaling bij gegeven, zoals in het evangelie naar Johannes. Wonderlijk als we bedenken dat een blinde man Jezus kent als de Zoon van David en als `Rabboeni,` dat komt alles uit een gelovig hart. Dat bevestigt de Heer Jezus als Hij zegt: "Uw geloof heeft U gered." Bartimeüs is genezen en volgt Jezus terstond.

We keren terug naar Maria van Magdala. In haar enthousiasme wil ze Jezus aanraken, misschien heeft ze zijn handen of zijn voeten vastgegrepen, maar Hij wijst haar terug; "Houdt me niet vast, Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is." Merk op: dat de Heer Jezus Christus spreekt vanuit de nieuwe situatie, de verzoening is immers tot stand gebracht. Er is door zijn kruisoffer en opstanding een nieuwe relatie ontstaan. De `discipelen` zijn `broeders` geworden en zijn Vader is nu ook `hun Vader.' Maria van Magdala gaat nu in grote verzekerdheid heen en brengt de boodschap over aan de discipelen, "dat zij de Heer had gezien en dat Hij haar dit gezegd had." De eerste ooggetuige van de opstanding wordt nu ook de eerste mondgetuige. "Ik heb de Heer gezien." In andere oude handschriften is zelfs de toespraak van Maria tot de discipelen weergegeven zodat Maria`s enthousiasme nog duidelijker wordt. Wij kennen die tekst niet!

Ik moest denken aan hoe Esther Tims in dat prachtige lied zingt: "Ik heb Hem zelf gezien." Mijn tekst is in de NBV:  "Ze draaide zich om en zei `Rabboeni,` dat betekent Meester." Wie is eigenlijk die `ze`, die Maria van Magdala - in de Statenvertaling `Maria Magdalena` genoemd. Ze wordt genoemd in Lucas 8 onder de vrouwen die de Heer en de discipelen dienden. Wij spreken als regel over Jezus` verblijf op aarde met de twaalven maar hier blijkt dat Hij - althans in Galilea - met een heel gezelschap rond trok, waaronder een groot aantal vrouwen. Dit was voor een Joodse leraar zeer ongewoon en ongebruikelijk. Vrouwen werden als minderwaardig beschouwd en in het sociale en maatschappelijke leven dan ook zo behandeld. Jezus breekt met het evangelie hier doorheen, door vrouwen toe te staan in een nauwe relatie met Hem om te gaan. Zij dienden Hem en de discipelen lange tijd met hetgeen `zij bezaten` en moeten dus vermogend zijn geweest. Zouden U en ik de Here Jezus niet graag hebben willen dienen met dat wat wij bezitten? Laten we ons dan het woord van Jezus herinneren in Matteüs 25 als Hij zegt tot de rechtvaardigen: "Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, en te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toegekomen? En de koning zal hun antwoorden en zeggen: Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters dat hebben jullie voor mij gedaan." Drie van de vrouwen in het gezelschap van Jezus en de discipelen, worden met name genoemd en als eerste: Maria, met als bijnaam `van Magdala.` Magdala was een stad of dorp gelegen op de westelijke oever van het meer van Galilea. Lucas vermeldt dat van haar zeven demonen waren uitgegaan. Dat er sprake is van zeven boze geesten geeft aan dat zij zwaar bezeten was en dat zij dus een grote bevrijding had meegemaakt. We moeten wat betreft bezetenheid voorzichtig zijn met ons oordeel. Het hoeft immers ook niet altijd met persoonlijke zonden te maken te hebben; er kunnen ook andere oorzaken zijn. We lezen in de bijbel van ouders die zelf met hun kinderen bij Jezus komen. Denk aan de geschiedenis van de Kananeese vrouw die bij Jezus komt met de bede - lees Matteüs 15:22: "Heb medelijden met mij Heer, Zoon van David, mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon. We horen ook van een vader die zijn zoon brengt die een onreine geest heeft; zie Lucas 8. Natuurlijk kan het ook met het voorgeslacht te maken hebben. Ouders die aan occulte dingen hebben gedaan enz. Nu horen wij uit de mond van Maria de belijdenis: "Rabboeni". Het komt van `rab`,`Rabbi`,`Rabban`,`Rabbijn` is een ontwikkeling in de aanspreektitel voor Joodse Schriftgeleerden, `Rab` betekent figuurlijk: `grote` en `overste. In de laatste eeuw voor Christus werd elke leraar aangesproken met `Rabbi, dat is 'mijn Rab.'

Jezus wordt iin Matteüs, Marcus en Johannes 12 maal aangesproken met `Rabbi,` - mijn Rab, mijn Leraar. In Europa is in de loop van de eeuwen `Rabbi` tot `Rabbijn` geworden.Men sprak ook wel over `onze Leraar` en dan luidde dat `Rabbannoe`. De eerste over wie men zo sprak was de grote Joodse Leraar Gamaliël. Het Hebreeuwse woord ` Rabbuni` komt eigenlijk uit het Aramees en is in feite niets anders dan de Galileese uitdrukking voor `Mijn Meester` en dan in de betekenis van `Mijn hoogste Meester,` met alle eerbied die aan de Allerhoogste verschuldigd is, want met dit woord werd in de tijden van het Oude Testament de Here God zelf aangesproken.

Mijn onderwerp is: Hoe prijzen wij de Opgestane Heer. Maria heeft dit gedaan met haar prachtige woord `Rabboeni`, waarin zij alles neerlegt wie Jezus voor haar is, wat Hij voor haar gedaan heeft en wat Hij voor haar betekent: Mijn Bevrijder, Geneesheer, God en Heer, Koning, Majesteit, Leidsman en Meester, Redder, Zaligmaker, Jezus Christus die leeft! Wij vinden vaak moeilijk woorden om God te prijzen en te aanbidden. Laat echter op dit Paasfeest Maria van Magdala ons een inspirerend voorbeeld zijn. Ze draaide zich om en zei `Rabboeni` - dat betekent: Meester."

Reageren? Contacteer...: Redactie VOLG

~~~~~~~~~~~~~~~

Artikelen uit het voormalige DTT&T E-mail Magazine

Contacteer... T. J. de Ruiter

--------------------------


Stichting Support Christian Ministries / sinds oktober 2010 / update 26 maart 2011 / T. J. de Ruiter /  The Netherlands