Over wedergeboorte, vervulling met de Heilige Geest en heiliging

door predikant T. J. de Ruiter

Inleiding

Vanuit alle streken en landen op deze planeet komen berichten over bijzondere ervaringen van gelovigen met de Heilige Geest en zijn wonderlijke, heilzame krachten. De berichten stemmen alle hierin overeen dat zij vertellen van uitstortingen van kracht op zowel grotere als kleinere groepen, waarbij de manifestaties, die wij in het Nieuwe Testament aantreffen voorkomen: spreken in nieuwe tongen, profeteren, visioenen en gezichten zien, extatische vreugde, blijdschap, vallen als door kracht getroffen. Ik noem ook nog het gedrag dat lijkt op dat van dronken mensen, dat ons doet denken aan de opmerking van de omstanders te Jeruzalem toen de eerste christenen met de Geest werden vervuld - lees Handelingen 2:12, "Zij hebben te veel zoete wijn gehad!" De vraag blijft dan ook in deze dagen actueel: "Wat wil dit toch zeggen?" Of: "Wat betekent toch dit vreemde verschijnsel en dat merkwaardige gedrag?"

Vervlakking van de geestelijke ervaringen

Ofschoon in de eerste eeuwen veel Christenen een krachtige doop met de Heilige Geest ontvingen - er zijn hierover een aantal getuigenissen in oude geschriften bewaard gebleven - is in latere eeuwen het ontvangen van de Heilige Geest terug gebracht tot een holle, symbolische handeling, die na de doop in water uitgevoerd werd. Dat de jonge, gedoopte gelovige in het geheel geen ervaring kreeg die enigszins leek op die van de eerste christenen deerde de kerkleiders niet - want de meeste van hen hadden die zelf ook niet. Het standpunt dat de Heilige Geest met zijn kracht ontvangen was bij bekering en toelating tot de kerk werd de officiële leer van de kerk. Het was in eenvoudige bewoording: "De Heilige Geest is geschonken aan de kerk, je bent nu gedoopt in water, een lid van de kerkelijke gemeenschap, dus heb je de Heilige Geest ontvangen." Niet slechts de Roomse Kerk heeft dit leerstellig standpunt nog altijd maar ook de  Reformatorische en een aantal Evangelische Kerken.

Vanwege het toenemend aantal persoonlijke ervaringen van een uitstorting van en vervulling met de Heilige Geest, waaronder ook veel priesters en predikanten, wordt deze theologie van de onherhaalbaarheid van de Pinksterervaring nu echter door een groeiend aantal geestelijke kerkleiders als onjuist van de hand gewezen. De theologische strijd tussen de beide standpunten is echter nog in volle gang en zal misschien nooit geheel tot rust komen.

Pinksteren, de bekrachtiging van de gelovigen

Wat is de betekenis en waarde van de ervaring, die de apostelen en de eerste gelovigen ontvingen op die gedenkwaardige Pinksterdag in Jeruzalem omstreeks het jaar 33 AD? In een groot deel van de historische kerkleer wordt deze uitstorting het begin of de geboorte van de Kerk van Jezus Christus genoemd, maar is dit wel zo? Ik zal proberen aan te tonen dat dit niet het geval kan zijn geweest, maar dat de Kerk reeds voor de Pinksterdag bestond.

Niemand zal willen ontkennen dat de 120 discipelen voor deze gebeurtenis op de Pinksterdag reeds gelovigen waren want zij geloofden in Jezus Christus en hielden met geheel hun hart van hem. Zij begrepen na de opstanding door het onderwijs van Jezus zelf dat Hij voor hun zonden was gestorven en de zondeschuld had weggenomen. De conclusie is daarom onontkoombaar: de discipelen waren reeds waarachtige gelovigen voor de doop en vervulling met de Heilige Geest. Er kan nu onmiddellijk een tweede gevolgtrekking worden gemaakt: ofschoon zijvoor de Pinksterervaring echte gelovigen waren, waren zij wel onvervulde gelovigen. Let er op dat hiermee geen waardeoordeel uitgesproken wordt over de kwaliteit van hun geloof en gemeenschap met de Heer.

Het is belangrijk om even op Johannes 20:21,22 te wijzen, want het evangelie naar Johannes vertelt ons hier dat Jezus na zijn opstanding op de discipelen blies en zei: "Ontvangt de Heilige Geest." Sommigen houden het standpunt dat Jezus hier de Heilige Geest als de geestelijke levenskracht in hen blies. Men stelt dat de discipelen hier door het inblazen van de goddelijke, heilige levensgeest wedergeboren gelovigen werden. Men maakt dan ook een vergelijking met Genesis 2:7 waar is opgeschreven dat God de levensadem of levensgeest in de mens blies, waardoor de mens tot een levend wezen werd, een levende ziel. Anderen houden het er op dat het blazen dat Jezus deed en waarvan ons alleen het evangelie naar Johannes vertelt, de betekenis had van een symbolische demonstratie, waarmee Jezus wees op de krachtige uitstorting van de Geest zoals die een aantal weken later kwam op het Pinksterfeest.

Nogmaals, wat gebeurde er op de Pinksterdag? Het is - ons inziens - duidelijk: op de Pinksterdag werden de discipelen bekrachtigd met de Heilige Geest. Pinksteren is daarom niet het ontstaan van de kerk maar de bekrachtiging van de gelovigen. Deze Pinksterervaring kan niets anders zijn dan de 'Doop met Geest en vuur,' waar Johannes de Doper op gewezen had en die door Jezus zelf ook werd beloofd; zie Handelingen 1:5. De eerste bekrachtiging met de Heilige Geest, wordt de 'Doop met (in) de Heilige Geest' genoemd omdat het de eerste ervaring van de grote, bovennatuurlijke kracht van de Heilige Geest is, en is tegelijkertijd als beleving een vervulling met de Heilige Geest.

Jezus doelde ongetwijfeld op die uitstorting van de Heilige Geest en de krachtige gevolgen ervan in prediking, getuigenis en dienstbetoon, toen Hij zei - zie Johannes 7:37-39 - dat stromen van levend water uit het innerlijk van de gelovige zouden vloeien. De schrijver zelf gaf reeds het commentaar erbij dat Jezus sprak van de Geest, die er nog niet was, toen Jezus deze uitnodiging gaf. De betekenis is dat de Heer zijn Geest, zijn 'stromen van levend water,' uitstort in gelovigen, die hun gehele wezen en hart openen voor Hem en de gave van zijn Geest. Zij worden vervuld met hem en vloeien dan over met woorden en krachten die Jezus Christus verheerlijken en mensen tot overtuiging van de waarheid brengen.

Vervuld of niet vervuld?

Zonder een waardeoordeel over de kwaliteit van iemands geloof en omgang met de Heer uit te spreken kan toch, geheel Schriftuurlijk, een onderscheid tussen gelovigen gemaakt worden: Er zijn met de Heilige Geest vervulde en onvervulde gelovigen. Als de discipelen voor Pinksteren niet vervuld waren en erna wel kan dit ook met andere gelovigen het geval zijn. Zelfs als men leert dat iedere gelovige de Heilige Geest heeft kan dit onderscheid nog gehandhaafd blijven.

Het boek Handelingen bevestigt de juistheid van deze zienswijze: de gelovigen te Samaria - zie hoofdstuk 8 - waren enige tijd bekeerd, gelovig en dus wederom geboren, maar nog niet vervuld of bekrachtigd met de Heilige Geest. Toen de leiding gevende apostelen Petrus en Johannes waren gekomen en voor hen baden, ontvingen zij de Heilige Geest; zie vers 17. Paulus werd bekeerd op de weg naar Damascus maar ontving enkele dagen later de vervulling met de Heilige Geest toen Ananias voor hem bad; zie Handelingen 9. In Handelingen 19 ontmoette Paulus discipelen, die alleen met de doop van Johannes waren gedoopt. Toen Paulus voor hen bad spraken zij in tongen en profeteerden. Op grond van de vermaning van Paulus in Efeziërs 5:18 om 'vervuld met de Geest' te zijn en te blijven - de Griekse werkwoordsvorm, de passieve gebiedende wijs betekent inderdaad 'laat uzelf blijvend vervuld worden' - kan worden vastgesteld dat gelovigen ook in een staat van 'niet vervuld zijn' kunnen verkeren. Deze vermaning betekent - mijns inziens - ook dat de leer 'eenmaal vervuld, altijd vervuld,' niet juist is. Een ervaring van vervulling en bekrachtiging heeft dus niet automatisch een toestand van blijvende vervulling als resultaat; men kan de vervulling kwijt raken. Het is de verantwoordelijkheid van de gelovige in een toestand van blijvende vervulling te leven.

Dat de doop en vervulling met de Heilige Geest geen ervaring is die onopgemerkt kan blijven is niet slechts duidelijk uit het bijzondere gedrag en de uitingen van de discipelen op de Pinksterdag maar ook uit de ervaring van andere gelovigen in het Nieuwe Testament. Let op de hierboven de aangehaalde schriftplaatsen uit Handelingen. En op grond van Galaten 3:3-5 mogen we concluderen dat ook de gelovigen in Galatië bijzondere ervaringen hadden gehad toen zij de Geest ontvingen. Tevens toont ook Efeziërs 5:18-21 aan dat het 'vervuld zijn met de Heilige Geest' tot bijzondere vreugde in de Heer leidt en niet alleen dat, het kan ook tot extatische vreugde en expressie leiden. In dit verband is het ook interessant om even te kijken naar de zin voorafgaand aan deze vermaning, "en bedrinkt u niet aan wijn.' Ik wijs ook op de betekenis van 'geestelijke liederen zingen' in Efeziërs 5:19. In het Grieks staat er 'ôdeis pneumatikais,' dat wijst op het zingen van liederen die op een bijzondere, directe wijze door de Heilige Geest geïnspireerd zijn zoals bijvoorbeeld het 'zingen in tongen.'

Voor sommige Pinksterkerken is het spreken in tongen het criterium aan de hand waarvan wordt vastgesteld of iemand al dan niet met de Heilige Geest gedoopt is. In deze lezing ga ik niet op de discussie in of het spreken in tongen het eerste bewijs - in het Engels genoemd: 'the initial evidence'- van de doop met de Heilige Geest is.

Recapitulerend: de met de Geest vervulde christen zal spreken van Gods grootheid, genade en liefde ter verheerlijking van Jezus Christus. Hij zal psalmen willen zingen, lofzangen en geestelijke liederen en de Heer van harte bejubelen en danken. Hij zal in de christelijke gemeenschap een nederige houding willen aannemen, in alles de leer van Jezus Christus gehoorzaam willen zijn en een vurig getuige van Hem.

Vervulling met de Heilige Geest maakt niet heiliger!

Tenslotte iets over een ander onderscheid dat door Paulus in zijn brieven wordt gemaakt. Ik doel op het onderscheid tussen 'vleselijke' en 'geestelijke' christenen. Een vleselijk christen is een gelovige, wiens gedrag erop wijst dat hij leeft vanuit de 'ziele impulsen,' de zondige driften, hartstochten en verlangens, en die dus blijkbaar de gezindheid van Christus niet laat heersen over zijn denken, doen en laten. Uit de brieven aan de gemeente in Korinte wordt duidelijk dat christenen met de Geest vervuld kunnen zijn en wonderbare krachten demonstreren maar desondanks toch vleselijk kunnen blijven. Laat mij er duidelijk over zijn: de vervulling met de Heilige Geest maakt een gelovige niet heiliger. Er moet zelfs gewaarschuwd worden: een met de Geest vervulde gelovige moet zeer waakzaam blijven want verzoekingen tot vleselijkheid en zonde kunnen juist in intensiteit en kracht toenemen. Het is dan ook volstrekt onbijbels te beweren dat men door de vervulling met de Heilige
Geest immuun voor zonde wordt.

Het is interessant om even stil te staan bij de commotie in de negentiger jaren van de vorige eeuw rondom de  'Torontoblessings.' Gelovigen trilden, wankelden en vielen. Sommigen meenden dat we hier met zuivere ervaringen van de Heilige Geest te maken hadden, maar anderen aarzelden niet ze vleselijk of zelfs demonisch te noemen. De Broederschap van Pinkstergemeenten - nu gefuseerd in de Verenigde Pinkster en Evangeliegemeenten - stelde een commissie aan om deze verschijnselen te bestuderen en een officiële verklaring voor te bereiden. Zij had de volgende alinea erin opgenomen.

"Voorts gaat het ons inziens niet aan dat de kwaliteit van het geestelijk leven van een kind van God af te meten is aan het al dan niet hebben van een bepaalde geestelijke ervaring. Dit geldt voor ervaringen, die samenhangen met bijbelse charismata (geestesgaven) als het spreken in tongen, het profeteren, het hebben van visioenen enz. maar zeker als het gaat om ervaringen, die behoren tot de periferie van het bijbelse getuigenis of buitenbijbelse geestelijke ervaringen. Daarmee zij overigens niet gezegd, dat deze ervaringen 'uit het vlees' zijn, of erger 'uit het rijk der duisternis' stammen."

Een interessante en zeker geen overbodige vraag: wat bepaalt in feite de kwaliteit van het geestelijk leven van een kind van God? Het antwoord moet luiden: "de mate, waarin het beeld van de Zoon van God zowel in zijn innerlijk als uitwendig leven gestalte heeft gekregen." In deze definitie dient 'beeld' - een figuurlijke uitdrukking - toegelicht te worden. De betekenis is dat de gezindheid van Christus, de geestelijke gerichtheid op de Vader en het daaruit voortvloeiend gedrag, waarin de Goddelijke liefde de drijfveer is, in de gelovige gestalte krijgt, dus zichtbaar wordt.

Uit alles wat hierboven geschreven is kan men ook de conclusie trekken dat er gelovigen kunnen zijn die hoewel zij niet kunnen getuigen van een doop en vervulling met de Heilige Geest, toch de gezindheid van Christus uitstralen; zie Filippenzen 2:5, voor de gezindheid van Christus, die in Galaten 5:22, 'de vrucht van de Geest' wordt genoemd.

Slot

Ik wijs er tenslotte op dat voor de met de Geest gedoopte christen het gevaar bestaat dat, als hij in vleselijkheid terugvalt, de gaven van de Heilige Geest door hem misbruikt kunnen worden en schadelijke gevolgen kunnen hebben zowel voor hemzelf als anderen. De brieven aan de gemeente te Korinte tonen aan dat Paulus zich zeer bewust was van dit gevaar dat zich binnen die gemeente ontwikkelde.

Zullen we ons dan, vanwege de loerende gevaren en verleidingen, maar niet uitstrekken naar Heilige Geest en zijn wonderbaarlijke bekrachtigingen? Neen, zeker niet. Wij zullen ons blijven uitstrekken naar alles, wat God voor de gelovigen heeft, inclusief de kracht en gaven van de Heilige Geest. Tegelijkertijd zullen we er nog meer gedisciplineerd op toezien dat ons leven in overeenstemming is en blijft met de heilige wil van onze God. naar het voorbeeld van Jezus Christus.

Leusden, april 1996; herzien mei 2005

~~~~~~

Vragen? E-mail... Pastor T. J. de Ruiter