Normen en Waarden            3
De Tien Geboden, gebod 3, 4 en 5

door predikant T. J. de Ruiter
 

Gebod 3. Gij zult de Naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken.

Als we de oorspronkelijke namen van God getranslittereerd weergeven, lezen we: “Gij zult de Naam van de Jahweh, uw Elohim, niet ijdel gebruiken.” Dit gebod schrijft grote eerbied voor de Naam van God voor. Aangezien in de oude culturen de naam en de persoon met elkaar vereenzelvigd werden kunnen we stellen dat deze wet het misbruik van Gods naam op directe wijze gelijkstelt aan godslastering. In Leviticus 24:11 lezen we over iemand die 'de Naam lasterde en vloekte' - hij werd gestenigd. Deze ongelukkige man zal ongetwijfeld de naam Jahweh hebben gelasterd. In de meest gebruikte vertalingen van de Bijbel is Jahweh vertaald door HEER of HERE - let op de hoofdletters.

Dit gebod verbiedt in beginsel elk gedrag dat Gods Naam oneer aandoet; zie Romeinen 2:23,24. Is het niet tekenend voor de verachting van God, dat juist zijn Naam zo gruwelijk wordt misbruikt in krachttermen, stopwoorden, verbasteringen en allerlei zinloze uitroepen?

God heeft ons zijn Naam gegeven…

a. Om tot de juiste kennis van zijn Wezen te komen, van een optimale relatie met Hem te genieten en Hem heilig, eerbiedig en geestelijk te kunnen aanbidden.

b. Om in de strijd tegen de boze machten in absoluut gezag te kunnen staan. Denk bijv. als vergelijking aan de autoriteit van 'in naam der koningin;’. zie ook Maleachi 3:16 en 17.

Op grond van dit gebod en de verstrekkende interpretatie ervan moet worden gesteld dat alle misbruik of lichtzinnig gebruik van de namen, waarmee de 'Hogere Macht' wordt aangeduid vermeden moet worden. Ook de verbasteringen van Gods namen in stopwoorden en impulsieve uitroepen moet teruggedrongen worden. Alle uitdrukkingen, die op sluwe wijze God, als de Hogere Macht, oneer aandoen behoren  in ons spreken niet voor te komen.

Het 'Uw Naam worde geheiligd' in het 'Onze Vader,' zoals Jezus ons heeft geleerd, wijst erop dat wij alle namen, die apart gezet zijn in onze woordenschat om de Godheid te benoemen, met respect zullen gebruiken.

Gebod 4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt.

Dit gebod schrijft de viering van de rustdag van Jahweh voor. Hij rustte op de zevende dag, toen de schepping was voltooid; zie Genesis 2:2. Zowel uit geestelijk als humanitair oogpunt is een rustdag in een cyclus van 7 dagen een gezonde noodzakelijkheid voor de mens. De sabbat, officieel ingesteld onder het Oude Verbond, is er om te rusten in Gods tegenwoordigheid en zich op Hem en zijn Woord te bezinnen. De sabbatdag werd aan Israël gegeven als een verbondsteken tussen God en haar; zie Exodus. 31:12-17. Alle strijd om op de zaterdag de sabbat te vieren heeft de kernmerken van zinloos wetticisme. Men kan evengoed bijvoorbeeld de zondag tot de zevende dag van de wekelijkse cyclus uitroepen en hem als sabbat vieren. In feite heeft de zondag ook eeuwenlang zo gefunctioneerd.

De Heer leerde ons, dat de mens er niet is om de sabbat, maar de sabbat is er voor de mens; zie Marcus 2:27. Met andere woorden gezegd: De sabbat moet het heil en welzijn van de mens dienen. God heeft in beginsel nooit beoogd dat de mens een slaaf van zijn heilige dag zou worden. Gods instellingen zijn er niet opdat de mens er dienstbaar aan zou worden, maar juist om de mens te dienen, opdat hij gezond kan leven en God ervoor kan loven en prijzen. Als sommigen de verplichte viering van de sabbat tot een onderwerp van twist en scheiding willen maken, laat het dan duidelijk zijn dat wij zulk een gewoonte niet hebben. Wij veroordelen anderen niet in hun mening en religieuze plichtplegingen, die zij menen te moeten eerbiedigen; lees Romeinen 14:1-6. Wij blijven echter wel krachtig standhouden in de vrijheid, die in Christus Jezus is, zoals de eerste apostelen ons hebben geleerd.

Wij wezen er reeds op dat de sabbat, zoals ingesteld voor Israël, gebaseerd is op het voltooien van schepping. In het Nieuwe Testament lezen we dat Christenen gewend waren op de eerste dag van de week samen te komen omdat Jezus op die dag uit het graf opstond; zie Handelingen 20:7 en 1 Corinthiërs 16:2.

Uit het gedrag van Jezus op de sabbat leren wij dat Hij lijnrecht inging tegen verkeerde, dwangmatige toepassingen van het sabbatsgebod. Jezus werkte op de sabbat en deed Gods werk; zie Johannes 5:17,18. Jezus ontmaskerde de geveinsde, wettische sabbatviering van zijn tijd; zie Lucas 13:15. Op grond hiervan stellen we dat alle hulpverlenend, verzorgend en geestelijk werk op elke dag en elk tijdstip mag worden verricht. Israël moest ook op de sabbat Gods werk doen, en niet haar eigen zaken en belangen behartigen. Dit is geïmpliceerd in de eerste zin van Jesaja. 58:13.

Onder het Nieuwe Verbond van Christus met zijn eigen volk, de gemeente, krijgt dit gebod een geestelijke waarde en gaat het niet om de aardse rustdag, maar de eeuwige; zie Hebreeën 4:9,10. Het gebod van de wekelijkse sabbat kent voor de Kerk geen verplichtend karakter, waarop bij overtreding een straf zou staan.

Gebod 5. Eer uw vader en uw moeder.

De mens dankt zijn ontstaan in de eerste plaats aan God, maar onder Hem aan zijn vader en moeder. Ouders hebben van God een soort van mede schepperschap verkregen in het verwekken van kinderen. De ouders zijn ook de eerste gezagdragers, als vertegenwoordigers van God, waarmee de mens te maken krijgt; gezagdragers, die vol van liefde en tedere zorgzaamheid zijn. De mens is daarom levenslange eerbied verschuldigd aan zijn ouders De mens ontvangt de diepste en meest invloedrijke impressies in zijn prille jeugdjaren. Aan de ouders wordt het voorrecht en de verantwoordelijkheid gegeven, het kind de meest fundamentele dingen voor te houden en bij te brengen.

Als de ouders gefaald hebben, is het later heel moeilijk het bovenstaand, fundamenteel onderwijs over de godvruchtige houding jegens de ouders  bij te brengen. Het is daarom voor het plan en doel van de boze uiterst belangrijk dat hij het gezin, met name het ouderschap, in diskrediet brengt. Het volgende is waar: laat de jeugd het respect voor de waardigheid en het gezag van ouders verliezen en niet lang daarna zal de opgegroeide jeugd ook het burgerlijk en politiek gezag minachten. Op deze wijze desintegreert de morele ruggengraat en de gezonde, maatschappelijke opbouw van het volk. Dit is dan ook de reden, waarom de wetten van het Oude Testament wetten op dit gebied zo streng zijn; zie Exodus 21:15; Deuteronomium 27:16; Spreuken 20:20.

Bezinningsvraag

Denk eens na over wat Paulus schreef m.b.t. de wet: De letter doodt, maar de Geest maakt levend; zie 2 Korintiërs 3:6.
 

~~~~~

Voor een reactie, e-mail... Pastor T. J. de Ruiter

Home site 1 'Inspiratie & Inzicht' van T. J. de Ruiter"
Home van deze site van Stichting Support Christian Ministries

~~~~~~~~~~~~~
Stichting Support Christian Ministries, sinds oktober 2010 / update 22 maart 2011 / Pastor T. J. de Ruiter / The Netherlands